Teelt, snoei en verzorging van fruitbomen, druiven, kleinfruit, noten en bijzondere fruitsoorten. Bijzondere tomaten.

zondag 28 februari 2010

Pitloze druiven planten.


Sommige mensen vinden de pitjes in druiven vervelend en verkiezen daarom pitloze druiven te planten.

Witte of gele pitloze druiven:

Himrod, New York, Perlette, Ramdes, Evita (bijna pitloos) en Romulus

Blauwe pitloze druiven:
Black Seedless, Ester (bijna pitloos), Flame, Glenora, Sovereign Coronation

Rode pitloze druiven:
Suffolk Red, Vanessa, Flame Seedless (Red Flame)

De meeste vernoemde druivenrassen zijn geschikt voor openlucht én voor kasteelt/serreteelt. In het algemeen zijn pitloze druiven gevoeliger voor wintervorst zodat kasteelt (serreteelt) altijd beter is.
De weerstand tegen schimmelziekten is meestal iets lager dan bij gewone druivenrassen.
De belangrijkste ziekten bij druiven zijn echte- en valse meeldauw. Kies bij het planten een druivenras uit dat weinig of niet vatbaar is voor meeldauw!
Meer lezen over het planten van ziektetolerante druivenrassen.

De meeste druivenrassen hebben wel pitten. Het eten van druivenpitten zou een gunstige werking hebben op de gezondheid. Een klein aantal rassen heeft minder of zelfs geen pitten.
Pitloze druivenplanten zijn moeilijker te vinden dan gewone druivenplanten.
Adressen waar u terecht kan voor pitloze druiven.

Twee keer per maand fruitnieuwtjes ivm praktische werkzaamheden ontvangen? Schrijf je hier in voor de Fruit-ABC nieuwsbrief.

Druiven snoeien: dringend!


Hoog tijd om de laatste druivenplanten te snoeien!
Openluchtdruiven moeten nu dringend gesnoeid worden. Voor kasdruiven/ serredruiven is het al te laat om te snoeien.
Bij te laat snoeien is er gevaar op bloeden (= overtollig sapverlies) en een (ongewenste) groeiverzwakking.
Luchtig gesnoeide druiven groeien gezonder, hebben een langere levensduur en geven grotere bessen.
Kies een droge dag uit om te snoeien, zodat de snoeiwonden snel opdrogen.
Lees verder over de wintersnoei van tafel- en wijndruiven.

Uit het snoeihout van de druiven kunnen winterstekken geknipt worden om in potten te stekken. De steklengte is 10-15 cm.
Knip de stekken net onder een knop af en op een 2de of 3de oog (1,5 cm boven de knop), knipt u lichtjes schuin de stekken af.
Lees ook de andere berichten na in deze fruitblog over de druivensnoei!

De maanden februari, maart en april zijn bijzonder geschikt om druiven aan te planten. Kies een zonnige, warme standplaats uit.
Meer lezen over het planten en verzorgen van druiven (Lijst van druivenrassen).

Uitvoerige informatie over druivensnoei, rassenkeuze, teelt en verzorging van druiven kan u vinden in de "Groente & Fruit Encyclopedie".
Meer lezen over de Groente & Fruit Encyclopedie (Auteurs: Luc Dedeene & Guy De Kinder, Kosmos Uitgevers).

zaterdag 27 februari 2010

Enten van onderstammen.




Winterentingen kunnen vanaf januari tot einde maart binnen gedaan worden!
Het enten wordt toegepast op planten die moeilijk te stekken zijn of waarvan de eigenschappen verloren gaan bij het zaaien.
Door op zwakgroeiende onderstammen te enten bekomt men kleinere fruitbomen die vroeg productief worden. Indien men op sterkgroeiende onderstammen (vb. zaailingen) ent, dan bekomt men grotere bomen die pas laat productief worden.
Men kan ook enten om mooie stamvormen of treurvormen te bekomen. Sommige zwakgroeiende rassen groeien horizontaal over de grond. Door deze op een stam van bijvoorbeeld één meter lengte te enten bekomt men een boompje met hangende takken. (Bijvoorbeeld stamrozen en treurrozen)
Meer lezen over te gebruiken soorten van onderstammen bij het enten, griffelen of oculeren.

De losse onderstammen (zonder potkluit) worden na het enten ingekuild of uitgeplant.
Ook tijdig opgepotte onderstammen van kiwi's, druiven, noten, appel en peer kunnen zodra ze goed in groei zijn geënt worden met enthout in rust. Onderstammen die goed in groei zijn hebben veel bladeren, doordat ze in een verwarmde ruimte stonden. De in pot staande onderstammen worden tot begin mei binnen gehouden (= einde vorstgevaar) en kunnen dan in openlucht uitgeplant worden.

Ook tomatenrassen met een zwak (ziektegevoelig) wortelgestel kunnen geënt worden op speciale sterkgroeiende tomatenonderstammen. De groei en productie van deze geënte tomatenplanten zal dan toenemen.

Als entmethode kan de plakgriffel, Engelse griffel en spleetgriffel gebruikt worden.
Het enten van in groei getrokken kiwizaailingen gaat meestal zeer gemakkelijk en de lukking is meestal goed.
Niet alle planten kunnen zomaar op elkaar geënt worden. Er moet voldoende verwantschap zijn tussen ent en onderstam.
Ook moet er een scherp, proper entmes gebruikt worden en moet alles waterdicht gemaakt worden met entwas of paraffine (kaarsvet).
Meer lezen over diverse ent- en griffelmethoden, soorten onderstammen en verwantschap (Lijst met artikels over oculeren, chip-budden en enten van planten).

vrijdag 26 februari 2010

Bemesten van fruitbomen, druiven en kleinfruit!



Voorjaarsbemesting bij fruitbomen en kleinfruitstruiken zorgt voor een goede start!
Een fruitboom en bessenstruik heeft meerdere soorten voedingsstoffen nodig om te groeien en vruchten of bessen te geven.
Er is een groot verschil in voedselbehoefte tussen de verschillende fruitsoorten.
Sterkgroeiende fruitbomen, kiwi's, vijgen en houtig kleinfruit mogen niet teveel bemest worden met stikstof, want dan groeien ze nog sterker.
Een fruitgewas dat normaal groeit is meestal minder vatbaar voor plagen en schimmelziekten.
Matig bemesten en regelmatig snoeien maakt de planten minder vatbaar.
Op lichte gronden moet meestal meer bemest worden dan op zwaardere gronden. Kaliumgebrek komt vaak voor op lichte gronden. Op lichte gronden (zandgrond) is er meer kans op uitspoeling van mineralen. Op gronden met een hoog gehalte aan organische stof is er ook minder uitspoeling van mineralen.
Op lichte gronden wordt soms aangeraden de kaliummeststoffen pas in april uit te strooien. (Met een herhaling in juni).
Strooi geen meststoffen op de eerste vijf meter langs waterlopen. Op hellende percelen strooit u geen meststoffen op minder dan 10 meter van een waterloop.
Een tekort aan magnesium, al of niet in combinatie met iets te zure grond, kan bladvergeling veroorzaken. De meeste samengestelde meststoffen bevatten ook een kleine hoeveelheid magnesium.
Organische meststoffen kunnen in het voorjaar (februari-maart) gegeven worden, om mooie scheuten en vruchten te ontwikkelen.
Men streeft naar een scheutlengte van 20 cm per jaar. Wanneer geen regelmatige bemesting wordt toegepast, krijgen we een zwakkere groei met kleinere of geen vruchten tot gevolg.
Fruitbomen die te hard groeien en weinig of geen bloemknoppen bevatten worden beter niet extra bemest.
Meer lezen over de bemesting van fruitbomen, druiven en fruitstruiken.

Pas geplante fruitbomen, druiven en kleinfruitstruiken moeten niet of slechts een beetje bijgemest worden, om te voorkomen dat de wortels verbranden. Een laagje compost en hakselhout uitstrooien op de plantspiegel (rond de boom of struik) is voldoende. Laat de stam iets vrij om verbranding en schimmelinfectie te voorkomen.
Blauwe bessen en de meeste kleinfruitsoorten worden NIET bemest in het plantjaar. Enkel een laagje compost is bruikbaar.
Lees meer over " Een goede start bij het planten van fruitbomen en fruitsoorten".

donderdag 25 februari 2010

Ziektetolerante druivenrassen planten.


Het planten van ziektetolerante druivenrassen voor openluchtteelt kan nu in februari en maart nog gebeuren.
De belangrijkste schimmelziekten bij tafel- en wijndruiven zijn echte meeldauw (witziekte) en valse meeldauw.
Valse meeldauw komt vooral 's zomers in openlucht voor bij regenachtig weer.
Echte meeldauw komt zowel in kas (serre) als in openlucht voor, bij eerder droog weer. De meeste oudere druivenrassen zijn vatbaar voor echte- en valse meeldauw.

Blauwe en roodblauwe ziektetolerante druivenrassen voor openluchtteelt: o.a. Ester, Ganita, Lidi, Muscat Bleu, Nelly, Philipp en Katharina.

Witte ziektetolerante druivenrassen voor openluchtteelt: o.a. Birstaler Muscat, Hecker, Sophie, Zalagyongye, Evita, Franziska en Eugeen.
Lees verder over meeldauwtolerante druivenrassen voor openluchtteelt.

Druiven zijn in rusttoestand bijzonder winterhard en kunnen mits het gepaste ras te kiezen goed in openlucht gekweekt worden.
Druiven vragen een zonnige, warme standplaats. Ze houden van droge of matig vochtige grond die neutraal of licht alkalisch is. Druiven houden niet van natte en zure gronden! Zorg voor een luchtige standplaats zodat ze snel kunnen opdrogen. Een oosten- en zuidenmuur is zeer goed om druiven aan te leiden. Er kan ook een raamwerk gemaakt worden met palen en horizontale draden, waarlangs de druivenranken geleid worden.
Lees verder over het planten, snoeien en bemesten van druiven.

Kies niet zomaar een druivenras om te planten, maar vraag na of het weinig ziektegevoelig is.
Druiven zijn minder geschikt om langdurig in potten of kuipen op te kweken.
Koop geen oude druivelaars in grote potten, tenzij voor de sierwaarde. Het is meestal een oud en erg ziektegevoelig ras dat regelmatig preventief behandeld moet worden!
Foto's van witte, blauwe en rode openluchtdruiven in 2009

Uitvoerige informatie over aanbevolen druivenrassen, teelt en verzorging van druiven kan u vinden in de "Groente & Fruit Encyclopedie". Achteraan het boek zit een adressenlijst waar u aanbevolen druivenrassen kan bekomen.
Meer lezen over de Groente & Fruit Encyclopedie (Auteurs: Luc Dedeene & Guy De Kinder, Kosmos Uitgevers).

woensdag 24 februari 2010

Wortelsnoei bij appel- en perenbomen.


Wortelsnoei bij sterkgroeiende, onvruchtbare bomen die geen bloemen geven.

Ongewenste sterke boomgroei doordat de entplaats in de grond zit.

Wortelsnoei bij onvruchtbare appel- en perenbomen kan u nu toepassen!
Ook op onvruchtbare of te sterkgroeiende pruimenbomen kan wortelsnoei gedaan worden, maar hier kan meer wortelopslag ontstaan. Bij te hard groeiende vijgenstruiken die weinig vruchten geven kan ook wortelsnoei gedaan worden.

Wortelsnoei geeft een goede(gewenste) groeiverzwakking. De bloemknopvorming verbetert en de snoei wordt gemakkelijker.

Het beste tijdstip om wortelsnoei te doen is in het voorjaar (einde februari - maart). Een nadeel van wortelsnoei zijn kleinere vruchten. Ook is water bijgeven is soms nodig. Doe selectief wortelsnoei bij bomen die geen of weinig bloemknoppen hebben.
Bij bomen die veel bloemknoppen hebben doet u beter GEEN wortelsnoei!

Wortelsnoei kan met de spade of met een snoeizaag gedaan worden. Als er weinig bloemknoppen aanwezig zijn kan wortelsnoeien best in (begin) maart gebeuren langs één boomzijde op ca 40 (50) cm afstand van de stam.
Bent u van plan later bomen of struiken te verplanten? Doe dan ook tijdig wortelsnoei!
Lees verder over wortelsnoei doen bij onvruchtbare perenbomen.

Controleer ook of de entplaats (knobbel onderaan de stam) nog voldoende boven de grond zit.
Indien de entplaats onder de grond zit, dan gaat deze ook wortelen en een enorme (meestal ongewenste) groeiversterking geven.
Wortels die op de entplaats voorkomen kunnen best zo spoedig mogelijk verwijderd worden. Laat dan een kleine kuil rond de entplaats zodat opnieuw doorwortelen voorkomen wordt.
Meer lezen over nazorgen bij het planten van fruitbomen en kleinfruitstruiken.

dinsdag 23 februari 2010

Perenbomen snoeien voor dummies.


Perenbomen zijn meestal pas laat vruchtbaar in vergelijking met andere fruitsoorten. Afhankelijk van het perenras is er ook nog een groot verschil in vruchtbaarheid.
Laat productief, sterk groeiend en dus ook moeilijker te snoeien zijn o.a. 'Doyenné du Comice' en 'Beurré Hardy'. Als bestuiver zijn beide rassen ook minder aan te raden.
Vroeg productief en ook gemakkelijker te snoeien en te vormen zijn o.a. 'Bonne Louise d'Avranches', 'Conference', 'Concorde', 'Durondeau', 'Belle de Jumet', 'Supertrévoux' en 'Comtesse de Paris'.
Fruitbomen op de onderstam 'Kwee C' en 'Kwee Adams' geven sneller vruchten.
Lees meer over onderstammen voor fruitbomen.
Men dient de snoei aan te passen aan het perenras.
Steilgroeiende takken bovenin de boom kunnen best eerst verwijderd worden. Concurrenten worden ook verwijderd.
Hebt u weinig ervaring met perenbomen te snoeien? Wacht dan tot maart om uw bomen te snoeien. De bloemknoppen zijn dan beter zichtbaar en eventuele snoeifouten geven minder problemen.
Bij een goed gesnoeide fruitboom staat het vruchthout kort bij de gesteltakken en kan het zonlicht alle takken bereiken. Meestal streeft men een piramidale boomvorm na.
Een goed gesnoeide, luchtige fruitboom is minder vatbaar voor schimmelziekten en heeft een langere levensduur.
Meer lezen over het snoeien van perenbomen.
Niet alle perenrassen worden op dezelfde manier gesnoeid.
'Josephine de Malines' is een oud perenras dat gevoelig is voor beurtjaren. Meer lezen over de snoei van het perenras 'Josephine de Malines'

maandag 22 februari 2010

Taybessen planten en verzorgen.




De taybes/ tayberry is een bijzonder productieve, bladverliezende, kleinfruitsoort die bijzonder geschikt is als leiplant in fruit- en siertuinen.
De witroze bloemen verschijnen in mei-juni en zijn niet gevoelig voor de lentenachtvorst.
De gewone taybes is licht gestekeld en bijzonder productief. Er bestaat ook een stekelloze mutant, die iets minder productief zou zijn.
Mits een goede standplaats kan de plant in de vroege zomer bloeien en enkele maanden later reeds eetbare vruchten geven. De bijzonder smakelijke, zoetzure vruchten welke we rond half juli aantreffen, zijn meestal niet te bekomen in de gewone fruitwinkels. Tayberry/taybessen hebben dieprode, grote en zeer lekkere vruchten die gelijken op reuzeframbozen.
Taybessen zijn gemakkelijk te telen in de volle zon of half schaduw met een groeihoogte van ca 150 (200) cm. (Zie afbeelding van aangebonden scheuten bij "fruithagen")
De pluktijd is juli-augustus, en te snoeien na de oogst of in maart. 'Tayberry' is gemakkelijk te vermeerderen met topafleggers in augustus-september.
Meer lezen over het planten en verzorgen van taybessen.

zondag 21 februari 2010

Fruithagen geven snel veel fruit!



Fruithagen van houtig kleinfruit geven snel een hoog rendement!
Niet alle fruitsoorten zijn bruikbaar voor fruithagen. Rode trosbessen, witte trosbessen en kruisbessen zijn het meest aanbevolen omwille van hun snelle productie. Ook druiven, frambozen, braambessen en taybessen zijn bruikbaar. Voor hoog en breed groeiende hagen zijn hazelaars en witte moerbeien het beste geschikt.
Plant vooral gemakkelijke, productieve en gezond-blijvende fruitsoorten op de juiste afstand.
Houtig kleinfruit zoals trosbessen, kruisbessen en frambozen kunnen op de kleinste afstand uitgeplant worden.
Leivormen van appel, peer en pruim worden meestal op een grotere plantafstand uitgeplant.
De meeste fruitsoorten hebben in het voorjaar een opvallende, kleurrijke bloesem en later wordt u beloond met aantrekkelijk, lekker en vitaminerijk fruit.
Meer lezen over fruithagen van kleinfruit en fruitbomen.

Bij appelbomen bestaan er ook mini-appelbomen of kolombomen (ballerina's, minitrees).
Meer lezen over deze miniappelbomen of kolombomen.

zaterdag 20 februari 2010

Krulziekte-infectie op perzik- en nectarinebomen!


Bloemknoppen bij perzik of nectarine. De bloemkleur wordt zichtbaar.


Aantasting van krulziekteschimmel op perzikbladeren in mei-juni.

De meeste rassen van perzik en nectarine zijn vatbaar voor de krulziekte (Taphrina deformans).
Vanaf 8-10°C is er infectiegevaar voor de krulziekteschimmel op uw perzik- en nectarinebomen (= Periode 20 februari - 28 februari). De krulziekteschimmel wordt dan opnieuw actief. Preventieve behandelingen zijn NU nodig!
Hang buiten een minimum- en maximumthermometer en controleer dagelijks de temperatuur. Ook kan je de twijgen van uw perzik- en nectarineboom controleren of de knoppen groter worden en de bloemkleur zichtbaar wordt.
Deze schimmelziekte overwintert in de knoppen en bij het zwellen (uitlopen) van de knoppen, in het vroege voorjaar (februari), worden de ontluikende perzikbladeren geïnfecteerd.
De perzikbladeren zijn later opgezwollen, misvormd en verkleuren geelgroen tot rood. Later volgt er bladval en stopt de groei. Zwaar aangetaste perzik- en nectarinebomen verzwakken, krijgen gomziekte en kunnen na 3 - 4 jaar afsterven. Ook amandelbomen kunnen aangetast worden.
In het algemeen zijn de oranjevlezige perzikrassen meer vatbaar voor deze schimmel. De witvlezige en roodvlezige perzikrassen worden meestal minder aangetast en bij aantasting herstellen ze zich sneller.
Ook in ons klimaat (Vlaanderen en Nederland) is perzikteelt en het plukken van perziken mogelijk! Kies wel een zonnige, warme standplaats uit.
Meer lezen over minder vatbare perzikrassen en het planten ervan.

Preventieve bespuitingen met schimmelwerende middelen bij de bladval én bij zwellende knoppen (midden/eind februari) geven meestal een goed resultaat. Ook plantversterkende middelen (heermoesgier) en goede buurplanten zouden een goed resultaat geven tegen de krulziekte.
Het is NU de periode om enkele preventieve behandelingen toe te passen. Vraag in een tuincentrum/ tuinwinkel naar de meest geschikte schimmelwerende producten (fungiciden) voor deze behandeling.
De producten die toegestaan zijn om te gebruiken zijn dikwijls verschillend in Nederland t.o.v. België. Daarom worden hier geen productnamen vernoemd.
Meer lezen over het behandelen van krulziekte op perzik en nectarine.

Op andere fruitbomen kunnen soms andere plantenziekten en plagen voorkomen. Meer lezen over plantenziekten en plagen bij fruitbomen, fruitstruiken en druiven.

Het is niet altijd eenvoudig om ziekten en plagen op cultuurplanten te determineren.
Een overzicht van nuttige weblinks plantenziekten en plagen: diagnose, voorkoming en biologische bestrijding bij fruit, groenten en sierplanten.

vrijdag 19 februari 2010

Bestuiving bij appelbomen is belangrijk!


Maak een jonge boom vast aan een steunstok.


Appelbloemen in rode knopstadium.


Malus domestica 'Niedwetzkyana' - Volle bloei.

Appelbomen hebben kruisbestuiving nodig als je (veel) vruchten wil!
Men moet minstens twee (verschillende) appelrassen planten en beide rassen moeten een goede stuifmeelkwaliteit hebben.
Ingeval er een ras slecht stuifmeel heeft, dan moet men een 3de ras (met goed stuifstuifmeel) bij planten.
Een goede bestuiver moet veel stuifmeel leveren (jaarlijks) en moet gelijktijdig met het andere ras bloeien.
Vroegbloeiende rassen kunnen geen laatbloeiende rassen bestuiven. Het omgekeerde is ook niet mogelijk.
Warm en droog weer zijn ideaal voor een goede bestuiving.
Laat bloeiende rassen zijn meestal minder onderhevig aan lentenachtvorst. Laatbloeiende appelrassen zijn o.a. 'Court-Pendu' en 'Sterappel'.
Meer lezen over de bestuiving bij appelbomen.
Oudere appelbomen die nog niet gesnoeid werden kunnen nog steeds gesnoeid worden. Jonge appelboompjes kunnen best in maart gesnoeid worden.
Meer lezen over de verschillende aanbevolen appelrassen en de snoei van appelbomen.

donderdag 18 februari 2010

Bestuiving bij kersen is belangrijk!



Kruisbestuiving is belangrijk bij zoete kersen als je wil plukken!
Planttips voor het planten van zoete kersenbomen (Prunus avium). Plant geen kersenbomen op natte of laaggelegen grond. Door de vroege bloei is schade door lentenachtvorst mogelijk.
Kersenbomen geven geen vruchten door een slechte bestuiving, een slechte standplaats of door een te sterke groei.
Kersenbomen op zwakgroeiende onderstammen zijn ook geschikt voor nauwe beplantingen en fruithagen.
Kersen worden rijp geplukt en moeten tijdig beschermd worden tegen vogelvraat. De meeste oude kersenrassen barsten gemakkelijk.
De meeste kersenrassen hebben kruisbestuiving nodig. Neem als bestuiver een ander ras dat in dezelfde periode bloeit. Soms wordt er aangeraden twee bestuivers te planten. Plant dan drie verschillende kersenrassen.
Toch zijn er ook enkele zelfbestuivende zoete kersenrassen: 'Grace Star', 'Lapins', 'Skeena', 'Sumtare' (= SWEETHEART). 'Bigarreau Van' (= 'Van') is deels zelfbestuivend.
Meer lezen over het planten van kersenbomen en kersenbestuiving.
Meer lezen over zwakgroeiende kersenonderstammen en laagblijvende zoete kersenbomen (Soorten onderstammen).
Meer lezen over het snoeien van zoete kersenbomen (Prunus avium).

woensdag 17 februari 2010

Perenbomen kort bij elkaar planten.




Pyrus communis 'Légipont' een productieve herfstpeer.

Perenbomen en appelbomen op een kleinere plantafstand vragen minder snoeiwerk!
Perenbomen worden meestal op een ruime afstand van elkaar geplant. Sommige perenrassen kunnen ook op een korte plantafstand (50 cm) van elkaar geplant worden.
Zorg voor een goede ondersteuning zodat de zwaarbeladen fruitbomen niet omver vallen. Ook sommige productieve appelrassen kunnen op dezelfde korte afstand van
elkaar geplant worden.

De snoei van intensieve plantsystemen vraagt minder werk en de pluk wordt gemakkelijker.
Plant indien mogelijk verschillende fruitrassen en fruitsoorten door elkaar, zodat schimmels en plagen minder kunnen uitbreiden.
Een goed "raamwerk" (= steunpalen en horizontale draden) is ook bruikbaar voor andere fruitsoorten zoals appelbomen, kersen op zwakke onderstammen, tafeldruiven
en pruimen.
Wacht met planten tot de grond goed ontdooid is. In te natte grond kan je beter ook niet planten. Vroeg planten geeft een veel betere hergroei dan bij het planten in
het late voorjaar. Fruitbomen die laat geplant worden moeten goed verzorgd worden vvoor een optimale groei.
Meer lezen over het planten van fruitbomen op een korte afstand.

Niet alle perenrassen zijn bruikbaar om kort bij elkaar te planten. Sterkgroeiende en laat vruchtbare rassen zijn minder geschikt.
Meer lezen over rassenkeuze, bestuiving, snoeien en verzorging van perenbomen. http://www.houtwal.be/vakartikels/pitfruit/peren_pyrus_index.htm

dinsdag 16 februari 2010

Amandelbomen bloeien mooi!



Het is een zeer opvallende en mooie winter- of voorjaarsbloeier voor begin maart. Bij een lange winter kan de bloei ook later gebeuren.

De amandel Prunus dulcis 'Robijn' is een gezond groeiende amandelboom, die weinig vatbaar is voor de krulziekte.
Bloei: roze bloemen in maart. Meestal zelfbestuivend. Amandelbomen kunnen ook perzikbomen bestuiven.
Standplaats: zonnige, tamelijk droge, doorlatende en beschutte standplaats. Voorkeur voor neutrale tot licht alkalische grond.
Vruchten: lekkere en voedzame amandelnoten in september
Boomkenmerken: Gezonde boom met een groeihoogte van ongeveer 3 m. Geschikt voor laagstam en halfstam. Weinig vatbaar voor de krulziekte. Bladeren, bloemen en takken gelijken op deze van een perzikboom.

Eet twee of drie amandelnoten per dag als preventie tegen sommige soorten van kanker en om een mooie, soepele huid te behouden.

Bij het planten in februari wordt soms aangeraden de lange twijgen op 1/3 snoeien. Hierdoor zou de hergroei beter verlopen.
Meer lezen over het planten en snoeien van amandelbomen (Prunus dulcis).
Volg nu deze dagelijkse fruitblog mee op.

Zelfbestuivende mirabelpruimen planten.


Mirabelpruimen zijn zelfbestuivend en hebben dus geen kruisbestuiving nodig! Miralbellen, kroosjes of wichters zijn vroeg productief.
Mirabelpruimen (Prunus domestica insititia 'Nancy Mirabel') zijn gemakkelijke en gezonde bomen voor de fruittuin.
Door de talrijke witte bloemen in april-mei is deze steenfruitsoort ook geschikt voor de siertuin.
Mirabellen zijn zelfbestuivend en hebben geen kruisbestuiving nodig. Zonder een extra bestuiver geven ze ook veel vruchten.
Mirabelpruimen groeien ook op slechtere gronden, mits deze niet te nat zijn.
Vruchtdunning mag, maar is meestal niet noodzakelijk. Mirabel- of kroosjespruimen zijn meestal rijp in augustus, maar er bestaan ook vroegere en later rijpende mutanten of hybriden.

Mirabelvruchten zijn kleiner, ronder en zoeter dan de gewone (Europese) pruimen. De meest aanbevolen mirabelrassen zijn 'Bellamira', 'Nancy-Mirabel' , 'Mirakose' en 'Miragrande'. De laatste twee vernoemde rassen zijn dikker dan de andere rassen.
Meer lezen over de teelt van kroosjes en mirabelpruimen.
Mirabellen zijn ronde, tamelijk kleine vruchten.
Er zijn ook enkele grootvruchtige mirabelpruimen, zoals o.a. Bellamira
Snoeien is meestal niet nodig. Enkel te laag hangende en te steil groeiende takken kunnen na de oogst verwijderd worden.
Afhankelijk van de verzorging en de standplaats kunnen de bomen ca 25 jaar oud worden.
Meer lezen over de snoei van pruimenbomen, kroosjes en mirabelpruimen.

maandag 15 februari 2010

Zelfbestuivende kwetspruimen planten.



Kwetspruimen zijn zelfbestuivend en vroeg productief!
Zelfbestuivende pruimenbomen (kwetspruimen) hebben geen extra bestuiver nodig! Het zijn ook goede bestuivers voor andere pruimenrassen.

Bloei: talrijke witte bloemen in april
Standplaats: halfschaduw of zon; matig vochtige of droge grond; volle grond
Vruchten: naargelang het ras donkerblauwe ofwel gele, eiervormige zeer zoete pruimen in september; matig groot
Plantkenmerken: Gezond groeiende, zelfbestuivende boom. De groeihoogte is ongeveer 3 meter. Jonge bomen geven snel vruchten. Vruchtdunning is wel nodig.
Geschikt als laagstam- of halfstamboom.
Geelvruchtige pruimenbomen ('Sainte Cathérine') en blauwvruchtige pruimenbomen ('Altessse Simple'-typen).
Meer lezen over de bestuiving van kwetspruimen en gewone pruimen.

Pruimenbomen mogen niet in de winter gesnoeid worden. Uitbuigen van jonge takken is beter dan veel takken weg te snoeien.
Meer lezen over de snoei en het uitbuigen van pruimen.

zondag 14 februari 2010

Krulziektetolerante perzikbomen planten.




Perzikbomen planten? Kies ziektetolerante perzikrassen want de krulziekteschimmel is een gekend probleem!
Witvlezige rassen zoals 'Reine de Vergers' zijn meestal minder vatbaar voor de krulziekte. Van de roodvlezige rassen zijn 'Roter Weinbergspfirsich' en 'Red Haven' wat minder vatbaar. 'Revita' en 'Benedicte' zijn opvallend weinig vatbaar voor de krulziekte en geven de dikste & mooiste vruchten. Zie foto's van de verschillende perzikrassen.

Plant bij voorkeur in november-december voor een optimale groei. Planten is ook nog mogelijk in januari, februari en maart. Vroeg planten geeft steeds een betere hergroei!
De grond voor perzik- en nectarinebomen moet goed doorlatend en warm zijn.
De meeste perzikrassen zijn zelfbestuivend, maar een goede kruisbestuiving geeft meer en dikkere vruchten.
Luchtig gesnoeide perzikbomen zijn minder vatbaar voor krulziekte en hergroeien beter (Prunus persica). De beste snoeitijd is vanaf einde april tot augustus, bij droog weer.
Meer lezen over krulziektetolerante perzikrassen.
De krulziekte overwintert in de winterknoppen. In het vroege voorjaar worden de jonge bladeren geïnfecteerd.
Meer lezen over de krulziekteschimmel bij perzik (Prunus persica) en nectarine.

zaterdag 13 februari 2010

Worcesterberry, een gezonde kruisbes!




Ribes divaricatum of worcesterbes is heel geschikt als leivorm en kan op verschillende manieren vermeerderd worden. De kleine, zwartrode bessen zijn erg aromatisch als je ze vers kan afplukken.
Deze stekelige kleinfruitsoort is opvallend weinig vatbaar voor ziekten.
Het is een hoog opgroeiend kruisbessenplant (ca 2 m) en daarom best als boompje op te kweken aan een paal. De plantafstand is ca 1,25 m.
Bloei: witgroene, onopvallende bloemen in april.
Standplaats: half schaduw of zon; matig vochtige of droge grond (volle grond).
Vruchten: talrijke bruinzwarte, kruisbessen (stekelbessen) rond half juli.
Plantkenmerken: Bijzonder gezonde, gestekelde struik met een groeihoogte van ongeveer 2 m. Geschikt als struik of als boompje. Niet vatbaar voor Amerikaanse kruisbessenmeeldauw!
Planten: als potplant ofwel met naakte wortels vanaf november tot maart. Niet planten als de grond bevroren is of als het overdag vriest.
Meer lezen over de teelt van deze bijzondere kruisbessen, worcesterbessen/ worchesterberry (Ribes divaricatum).

vrijdag 12 februari 2010

Blauwe bessenstruiken snoeien.





Blauwe bessenstruiken snoeien geeft grotere bessen en een vroegere (kortere) oogst!
Oudere planten van blauwe bessen worden in februari-maart gesnoeid. (Jonge planten worden in maart-april gesnoeid).
Lichte nachtvorst of sneeuw op de grond is geen probleem om nu te snoeien.
Door te snoeien blijven de blauwe bosbessenstruiken groeikrachtig & gezond en ze geven dikkere bessen.
Verwijder te laag hangende takken en twijgen. Zorg voor een goede lichtdoordringing in de blauwbessenstruik. Dunne vruchttwijgjes worden op ca 10 cm ingekort. Vervang een oude, dikke tak door een jonge grondscheut of door een lager staande zijtak. Hierboven laat men een kleine stomp van 2-3 cm, anders geneest de snoeiwonde slecht en kan de zijtak ook afsterven.
Vruchthouttakjes afwisselend op enkele bloemknoppen snoeien en op bladknoppen (basisknoppen). Een stevige zijtwijg mag meer bloemknoppen dragen dan een zwakke zijtwijg. Hierdoor bekom je dikke bessen en toch een goed evenwicht tussen groei en productie.

Doe zomersnoei bij sterke groeiers om meer kort vruchthout te bekomen: jonge, sterk groeiende scheuten op 4 bladeren innijpen (insnoeien) in de maanden mei, juni en juli.
Meer lezen over de wintersnoei van blauwe bessen (Vaccinium corymbosum) om grotere bessen te krijgen.

donderdag 11 februari 2010

Oorwormen schuilplaatsen maken.


Drinkbekertje met rolletje ribkarton als nestplaats voor oorwormen.


Bamboebussel als oorwormen-nestplaats.


Bloempot gevuld met stro als schuilplaats (nestplaats) voor oorwormen.

Oorwormen zijn heel nuttig om schadelijke parasieten zoals bladluizen en wollige bloedluis in uw (fruit)bomen op te ruimen. Door oorwormen optimaal in te zetten zijn bespuitingen tegen schadelijke insecten meestal overbodig. Oorwormen overwinteren in de grond, maar zoeken bij warm weer (mei-juni) voedsel en een nieuwe nestplaats.
Schuilplaatsen (nestplaatsen) voor oorwormen zijn bamboebussels/rietbosjes, zwarte plastiekzakjes met stro, aardewerk-bloempotten met stro en ribkarton in drinkbekertjes.

Een nuttig winterwerkje (binnenwerkje) is bussels van bamboestengels te maken.
Deze bussels kunnen in april of mei in de fruitbomen omhoog gehangen worden als nestplaats voor de nuttige oorwormen.

Zwarte geperforeerde plastiekzakjes kan u ook opvullen met stro en stevig toeknopen met een touw of bindbuis.
Stenen bloempotten met stro die van vorig jaar nog in de (fruit)bomen hangen kunnen nu gecontroleerd en uitgekuist worden.
Ook witte bekertjes van piepschuim zijn geschikt als schuilplaats voor oorwormen. Rol een beetje ribkarton op en maak dat rolletje vast met wat touw of een draadje.

Lees meer over het gebruik van oorwormen om wollige bloedluis op appelbomen en andere schadelijke insecten te bestrijden.

Naast oorwormen zijn er nog andere nuttige dieren die kunnen helpen om schade aan fruitgewassen te voorkomen (o.a. gaasvliegen, roofwantsen, lieve-heers-beestjes).
Lees meer over het voorkomen van schadelijke insecten: preventie van ziekten en plagen.

Op fruitbomen en kleinfruitstruiken kunnen meerdere schimmels en plagen voorkomen.
Meer lezen over plantenziekten en plagen op fruitsoorten.

Twee keer per maand fruitnieuwtjes ivm praktische werkzaamheden ontvangen? Schrijf je hier in voor de Fruit-ABC nieuwsbrief.

woensdag 10 februari 2010

Beschermen tegen wildvraat.


Vooral als er sneeuw ligt kan er meer wildschade voorkomen!

Een gaasnet van kunststof geeft een bescherming tot ca 60 cm hoogte.

Spiraalvormige plastiekband rond de stam.
Vooral in (bos)gebieden met veel wild dienen de boompjes, druiven en struiken beschermd te worden.
Geplante bomen, druiven en struiken moeten soms beschermd worden tegen vreterij van wild (konijnen, hazen, reeën, ...).
Jonge fruitboompjes die aan de stam aangevreten worden zijn meestal verloren.
Bescherming is mogelijk met kunststof gaasnetjes, spiraalvormige plastiekbanden en eventueel ook met kuikengaas. Er zijn ook speciale wildgaaskokers (netvormige metaaldraad, afmeting 44 x 70 cm) die snel rond een aanplanting van jonge boompjes kan gezet worden.
In sommige tuincentra is een product te bekomen om op de stam te smeren tegen wildvraat.
Meer lezen over het beschermen van (fruit)bomen tegen wildvraat en de nazorgen na het planten.

Vorstbescherming van pot- en kuipplanten.


Ook de wortels van hazelaars in pot zijn vorstgevoelig.




Tijdens een strenge vorstperiode kan je beter niet planten. Hou jong plantgoed niet in een warme ruimte, want dan gaan de knoppen uitlopen!
De potkluit kan beschermd worden door de potten in een iets grotere pot gevuld met potgrond te plaatsen. Ook noppenfolie, groeidoek en andere isolerende materialen kunnen rond de pot gedraaid worden.

Laat uw potplanten niet "droogvriezen". Bij een vorstperiode met veel wind wordt er meer water onttrokken aan de grond, de wortels en de eventueel aanwezige bladeren.

Jonge vijgenplanten kunnen beschermd worden door de grondoppervlakte en de basis van de takken af te dekken.

Kuipplanten die al een hele tijd binnengebracht werden moeten zeker binnen blijven. Geef deze kuipplanten heel weinig water, maar laat de potkluit niet volledig uitdrogen.

Wortelnaakte planten kan u best inkuilen (inlegeren) ofwel tijdelijk inpotten.
Indien u wortelnaakte planten niet kan inkuilen dan steekt u ze in een grote plastieken zak. Besproei vervolgens de wortels met een plantenspuit en maak de zak goed toe.
Meer lezen over vorstbescherming van pot- en kuipplanten die buiten overwinteren.

dinsdag 9 februari 2010

Kolombomen of ballerina appelbomen planten?


Kolombomen (ballerina's) van appelbomen. Opvallende zuilvormige groei.

Fruitbomen (appelbomen) met een afwijkende compacte zuilvormige groei. Ze groeien bijna niet in de breedte en hebben een geremde groei in de hoogte.
Soms gebruikt men voor kolombomen van appel ook de merknamen (handelsnamen) ballerina's en minitrees.
Kolom-appelbomen zijn zeer geschikt om fruithagen te maken, waaraan weinig snoeiwerk is. De maximale groeihoogte is 3-4 meter en de groeibreedte is 40 cm.
Zuilvormig groeiende appelrassen (ballerina appelbomen) zijn o.a. 'Bolero', 'Charlotte', 'Flamenco', 'Green Smaragd', 'Polka' en 'Waltz'. Een zuilvormige sierappelboom is 'Maypole'.

Volgens sommigen is de sierwaarde belangrijker dan de vrucht- en eetkwaliteit. Een nadeel is ook de hogere verkoopprijs van de bomen t.o.v. gewone laagstam-appelbomen.
Ballerina-appelbomen bij voorkeur planten op een zonnige, matig vochtige standplaats, maar halfschaduw wordt ook verdragen.

Er zijn ook enkele ekologische appelrassen die een kolomvormige dwerggroei kennen (minitrees, mini-appelbomen): 'Moonlight', 'Red Lane' en 'Sunlight'. Deze kunnen op 50 tot 60 cm afstand geplant worden, zijn snel in productie en gemakkelijk te snoeien. Daarenboven zijn ze weinig of niet vatbaar voor schurft en meeldauw.
'Redlane' is een appelcultivar met een zuilvormige, zwakke groei. Bij het uitlopen is er eerst een rood blad, later wordt het een rood/groen blad. 'Red Lane' is zeer geschikt als zwakgroeiende fruithaag en als aantrekkelijke solitair.
Kruisbestuiving is eveneens belangrijk. Plant minimaal twee verschillende gelijkbloeiende appelrassen bij elkaar en u bent verzekerd van vruchten.
Meer lezen over 'Redlane', een roodvlezige appel met kolomvormige groei en andere roodvlezige appelrassen.
Dwergvormige appelbomen of minitrees zijn ook bruikbaar om in grote potten of kuipen op een terras of balkon te plaatsen.
Bij de snoei mag het te lange of vertakt vruchthout teruggesnoeid worden tot op een kort zijtakje dichter bij de middenas. Onbruikbaar (lang) vruchthout wordt niet korter dan op 10 cm teruggesnoeid. De aanbevolen snoeiperiode is vanaf einde april tot begin juli.
Meer lezen over mini-appelbomen (minitrees) en ballerina appelbomen.

maandag 8 februari 2010

Plantendatabases & plantennamen opzoeken.


Wetenschappelijke plantennamen vertalen of opzoeken in een (digitale) gegevensbank of plantendatabase.
Vele plantennamen hebben een Griekse (GR.) of Latijnse (Lat.) oorsprong, maar soms zijn ze afkomstig uit nog een andere taal.
Wetenschappelijke plantennamen kun je vaak vertalen naar het Nederlands.
Raadpleeg de gerubriceerde plantennamen met vertalingen (Latijn, Nederlands, Engels). De volgende plantengroepen kan je hier vinden: fruitgewassen, groenten & kruiden, kruidachtige & houtachtige siergewassen, akkerbouwteelten, wilde planten en onkruiden.
Meer lezen over plantenlijsten per rubriek en het vertalen van wetenschappelijke plantennamen (Latijn, Grieks).

Wetenschappelijke plantennamen hebben vaak ook een etymologische betekenis of oorsprong. Ze geven vaak een eigenschap, herkomst of verwantschap weer. Soms zijn plantennamen afgeleid van een belangrijke persoon. Ken je de betekenis of oorsprong van een plantennaam, dan is het gemakkelijker die plantennaam te onthouden.
Meer lezen over de oorsprong en verklaring van wetenschappelijke plantennamen in het plantenwoordenboek: "ABC van het plantenlatijn. Betekenis van botanische plantennamen."

Een plantendatabase of plantendatabank is een speciale database of gegevensbank. Het is een digitaal opgeslagen archief met veel plantennamen en informatie, ingericht met het oog op een flexibele raadpleging en gebruik.
Meer lezen over online, gratis te raadplegen plantendatabases.
Nog meer interesse over het dagelijkse gebruik van plantennamen? Denksport: interactief wetenschappelijke groentenamen leren en online namen van fruitsoorten leren.

zondag 7 februari 2010

Snoepbos en houtwal planten.






In een houtwal kunnen er veel nuttige insecten, zoogdieren en vogels leven. Ze zorgen voor een gezondere fruittuin. Gebruik geen eenstijlige (witte) meidoorn nabij een aanplanting van peren- of appelbomen, omwille van infectiegevaar van bacterievuur. In een snoepbos worden er streekeigen fruitsoorten geplant waar iedereen mag van proeven.
In een houtwal kunnen ook streekeigen fruitsoorten geplant worden: Cornus mas (gele kornoelje), Corylus avellana (hazelnoten), Castane sativa (tamme kastanje), Juglans regia (okkernoot, walnoot), Mespilus germanica (mispel), Prunus domestica insititia (mirabelpruimen), Prunus spinosa (sleedoorn), Ribes uva-crispa (kruisbes) en zwarte vlierbes (Sambucus nigra).
Een snoepbosje bestaat uit deze streekeigen fruitsoorten waarin fruit- en notenbomen en bessenstruiken staan. Iedereen kan snoepen van het bos dat vrij toegankelijk is. Er worden geen gewasbeschermingsproducten gebruikt, maar indien nodig wordt er wel gesnoeid.
Meer lezen over de aanleg en het onderhoud van een houtwal & snoepbos.

Meer lezen over het leren en inoefenen van wetenschappelijke namen van fruitsoorten met de interactieve oefeningen (denksport).