Teelt, snoei en verzorging van fruitbomen, druiven, kleinfruit, noten en bijzondere fruitsoorten. Bijzondere tomaten. Volgtip: www.fruitabc.be

Posts tonen met het label boompaal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boompaal. Alle posts tonen

donderdag 29 maart 2012

Steunpalen of boompalen zijn bij fruitbomen nodig!


Waarom boompalen/steunpalen bij fruitbomen gebruiken?
- Hoogstam- en halfstamfruitbomen hebben bij het planten kleine wortels en hebben teveel hoogte om stabiel te staan.
- De boompaal zorgt ervoor dat de hergroei beter verloopt. De boompaal zorgt er ook voor dat de stam mooi verticaal omhoog groeit.
- Sommige (laagstam)bomen zijn zo productief dat ze onder het gewicht van de vruchten omver zouden vallen.

Kenmerken van geschikte boompalen:
De paallengte hangt af van het gekozen boomtype: laagstam 2 m, halfstam 2,50 en hoogstam 3 m. Er mogen geen takken tegen de kroon schuren.
De paaldiameter is 7-8 of 10 cm doorsnede.
De boompalen komen 50-60 cm diep in de grond.

Hoe de boompalen plaatsen?
- Maak met een grondboor (handboor) een put van ca 50 cm diep. Plaats de palen in die geboorde put en klop ze ca 10 cm dieper, zodat ze goed vast staan.
Gepunte boompalen kunnen volledig in de grond geklopt worden, mits de grond niet te vast is. (Gevaar op op beschadigen van het uiteinde van de palen).
- Na het plaatsen van de boompalen kunnen de bomen geplant worden.
- Indien de boompalen na het planten van de bomen geplaatst worden dan is er kans op wortelbeschadiging. Vandaar dat je beter eerst boompalen kan plaatsen en nadien de bomen zal planten.

Afstand tussen boompaal en boomstam?
De stam mag niet schuren tegen de paal. Daarom wordt de boompaal aan de (overheersende) windzijde van de boom geplaatst.
De afstand is meestal 10 tot 15 cm (= voetbreedte).
De boompaal wordt meestal ten zuidwesten van de boom gezet, zodat de stam niet kan schuren tegen de paal.
Voor hoogstam- en halfstambomen moet de paal ca 10 cm onder de kruin komen, zodat schuurschade van takken voorkomen wordt. Men gebruikt hier soms 2 of 3 boompalen per boom.

Hoelang is een boompaal nodig?
- Voor hoogstam- en halfstambomen is 4 tot 7 jaar meestal voldoende.
- Voor laagstamappelbomen is een boompaal levenslang nodig (ca 12-15 jaar). De onderstam van laagstam appelbomen is erg zwak en kan een zwaar beladen boom niet rechtop houden.
- Boompalen die na 4-7 jaar verrot zijn worden bij laagstamappelbomen meestal vervangen.
- Voor laagstam perenbomen, pruimenbomen en perzikbomen is 7 jaar meestal voldoende

Hoe de fruitbomen vastmaken aan de steunpalen?
Zorg dat de boom niet kan schuren tegen de paal. Schuurwonden zijn infectiebronnen voor schimmelinfecties.
Met elastische bindbuis kan in de vorm van een platte acht-vorm aangebonden worden.
Er bestaat ook speciaal bindmateriaal voor fruitbomen.
Controleer jaarlijks of het bindmateriaal niet kan insnoeren.
Bind de boom op 1,25 à 1,50 m. boven de grond aan de paal vast, zodat de kroon van de boom kan bewegen.
Gebruik een boombinder die je in een platte 8-vorm om stam en paal heen bindt. Controleer jaarlijks de bindsels zodat deze niet ingroeien in de stam.
Meer lezen over nazorgen bij het planten van fruitbomen en fruitstruiken.
Schrijf je hier in voor de Fruit-ABC nieuwsbrief.

dinsdag 27 maart 2012

Nazorgen bij het planten van fruitbomen geven een betere hergroei!




Foto's:
Kruisbes op stam met mulch van hakselhout.
Geënte boom met boomonderdelen.
Appelboom aan bamboe vastgemaakt met bindbuis.

Om een optimale hergroei van fruitbomen en houtig kleinfruit te bekomen kan je best alles vastmaken aan de steunstok met boomband of bindbuis.
Door te mulchen op de boomspiegel (plantstrook) wordt het uitdrogen van de grond en onkruidgroei voorkomen. Bij jonge bomen is een boomspiegel van 50 x 50 cm per boom voldoende. Later kan de boomspiegel beter vergroot worden naar 80 x 80 cm.
Laagstam-fruitbomen en kleinfruitstruiken die volledig in het gras staan groeien minder goed en geven sommige jaren geen vruchten doordat ze meer schade van lentenachtvorst hebben.

Fruitbomen en geleid kleinfruit vastmaken aan een steunpaal (steunstok) geeft de beste hergroei. Het bindmateriaal mag later niet insnoeren, dus hou hiermee rekening.
Voor een goede hergroei moeten fruitbomen losjes vastgemaakt worden aan een boompaal of aan de lei-draden.
Controleer de geënte fruitbomen op hun plantdiepte en afstand van de paal. De entplaats (griffelplaats) moet minstens 10 cm boven de grond staan (Laagstam). Een kleine correctie is eventueel nu nog mogelijk.
De bomen mogen NIET schuren tegen de boompaal of tegen de lei-draden. Schuurwonden kunnen bij appelbomen kankeraantasting veroorzaken! De bomen moeten ca 10 cm (voetbreedte) van de boompaal geplant worden.
In Vlaanderen komen de bomen bij voorkeur aan de oostzijde van de paal. Door de overheersende westenwind waaien ze dan weg van de paal.
Breng een bescherming aan tegen vraatschade van konijnen en vee.
Controleer of de etiketten niet kunnen insnoeren. Eventueel kan u de etiketten verwijderen en een plantschema maken van de bomen.
Meer lezen over nazorgen bij het planten van fruitbomen en fruitstruiken.

Moeilijke woorden? Meer lezen over tuintaal, vaktaal.
Bij een late aanplanting in het voorjaar kan het gewenst zijn wekelijks water te geven.
Jonge fruitbomen worden best in maart-april gesnoeid. Laat bij pas geplante fruitbomen niet te veel zijtakken en bloemknoppen staan, want dit is nadelig voor een goede hergroei. Soms wordt er aangeraden alle bloemen te verwijderen.
Lees meer over het snoeitijdstip en de snoei van fruit in maart.
Twee keer per maand fruitnieuwtjes ivm praktische werkzaamheden ontvangen?
In een volgende blog kan je meer lezen over boompalen/steunpalen.
Schrijf je hier in voor de Fruit-ABC nieuwsbrief.

maandag 28 maart 2011

Nazorgen bij het planten van fruitbomen geven een betere hergroei!




Foto's:
Kruisbes op stam met mulch van hakselhout.
Geënte boom met boomonderdelen.
Appelboom aan bamboe vastgemaakt met bindbuis.

Om een optimale hergroei van fruitbomen en houtig kleinfruit te bekomen kan je best alles vastmaken aan de steunstok met boomband of bindbuis.
Door te mulchen op de boomspiegel (plantstrook) wordt het uitdrogen van de grond en onkruidgroei voorkomen. Bij jonge bomen is een boomspiegel van 50 x 50 cm per boom voldoende. Later kan de boomspiegel beter vergroot worden naar 80 x 80 cm.
Laagstam-fruitbomen en kleinfruitstruiken die volledig in het gras staan groeien minder goed en geven sommige jaren geen vruchten doordat ze meer schade van lentenachtvorst hebben.

Fruitbomen en geleid kleinfruit vastmaken aan een steunpaal (steunstok) geeft de beste hergroei. Het bindmateriaal mag later niet insnoeren, dus hou hiermee rekening.
Voor een goede hergroei moeten fruitbomen losjes vastgemaakt worden aan een boompaal of aan de lei-draden.
Controleer de geënte fruitbomen op hun plantdiepte en afstand van de paal. De entplaats (griffelplaats) moet minstens 10 cm boven de grond staan (Laagstam). Een kleine correctie is eventueel nu nog mogelijk.
De bomen mogen NIET schuren tegen de boompaal of tegen de lei-draden. Schuurwonden kunnen bij appelbomen kankeraantasting veroorzaken! De bomen moeten ca 10 cm (voetbreedte) van de boompaal geplant worden.
In Vlaanderen komen de bomen bij voorkeur aan de oostzijde van de paal. Door de overheersende westenwind waaien ze dan weg van de paal.
Breng een bescherming aan tegen vraatschade van konijnen en vee.
Controleer of de etiketten niet kunnen insnoeren. Eventueel kan u de etiketten verwijderen en een plantschema maken van de bomen.
Meer lezen over nazorgen bij het planten van fruitbomen en fruitstruiken.

Moeilijke woorden? Meer lezen over tuintaal, vaktaal.
Bij een late aanplanting in het voorjaar kan het gewenst zijn wekelijks water te geven.
Jonge fruitbomen worden best in maart-april gesnoeid. Laat bij pas geplante fruitbomen niet te veel zijtakken en bloemknoppen staan, want dit is nadelig voor een goede hergroei. Soms wordt er aangeraden alle bloemen te verwijderen.
Lees meer over het snoeitijdstip en de snoei van fruit in maart.
Twee keer per maand fruitnieuwtjes ivm praktische werkzaamheden ontvangen?
In een volgende blog kan je meer lezen over boompalen/steunpalen.
Schrijf je hier in voor de Fruit-ABC nieuwsbrief.

zondag 28 maart 2010

Nazorgen bij het planten van fruitbomen en fruitstruiken.




Foto's:
Kruisbes op stam met mulch van hakselhout
Geënte boom met boomonderdelen
Appelboom aan bamboe vastgemaakt met bindbuis

Om een optimale hergroei van fruitbomen en houtig kleinfruit te bekomen kan je best alles vastmaken aan de steunstok met boomband of bindbuis.
Door te mulchen op de boomspiegel (plantstrook) wordt het uitdrogen van de grond en onkruidgroei voorkomen. Bij jonge bomen is een boomspiegel van 50 x 50 cm per boom voldoende. Later kan de boomspiegel beter vergroot worden naar 80 x 80 cm.
Laagstam-fruitbomen en kleinfruitstruiken die volledig in het gras staan groeien minder goed en geven sommige jaren geen vruchten doordat ze meer schade van lentenachtvorst hebben.

Fruitbomen en geleid kleinfruit vastmaken aan een steunpaal (steunstok) geeft de beste hergroei. Het bindmateriaal mag later niet insnoeren, dus hou hiermee rekening.
Voor een goede hergroei moeten fruitbomen losjes vastgemaakt worden aan een boompaal of aan lei-draden.
Controleer de geënte fruitbomen op hun plantdiepte en afstand van de paal. De entplaats (griffelplaats) moet minstens 10 cm boven de grond staan (Laagstam). Een kleine correctie is eventueel nu nog mogelijk.
De bomen mogen NIET schuren tegen de boompaal of tegen de lei-draden. Schuurwonden kunnen bij appelbomen kankeraantasting veroorzaken! De bomen moeten ca 10 cm (voetbreedte) van de boompaal geplant worden.
In Vlaanderen komen de bomen bij voorkeur aan de oostzijde van de paal. Door de overheersende westenwind waaien ze dan weg van de paal.
Breng een bescherming aan tegen vraatschade van konijnen en vee.
Controleer of de etiketten niet kunnen insnoeren. Eventueel de etiketten verwijderen en een plantschema maken van de bomen.
Meer lezen over nazorgen bij het planten van fruitbomen en fruitstruiken.

Moeilijke woorden? Meer lezen over tuintaal, vaktaal.
Bij een late aanplanting in het voorjaar kan het gewenst zijn wekelijks water te geven.
Jonge fruitbomen worden best in maart-april gesnoeid. Laat bij pas geplante fruitbomen niet te veel zijtakken en bloemknoppen staan, want dit is nadelig voor een goede hergroei. Soms wordt er aangeraden alle bloemen te verwijderen.
Lees meer over het snoeitijdstip en de snoei van fruit in maart.

zondag 29 maart 2009

Nazorgen bij het planten van fruitbomen.




Foto's:
Kruisbes op stam met mulch van hakselhout
Geënte boom met boomonderdelen
Appelboom aan bamboe vastgemaakt met bindbuis

Om een optimale hergroei van fruitbomen en houtig kleinfruit te bekomen kan je best alles vastmaken aan de steunpaal met boomband of bindbuis.
Door te mulchen op de boomspiegel (plantstrook) wordt het uitdrogen van de grond en onkruidgroei voorkomen. Bij jonge bomen is een boomspiegel van 50 x 50 cm per boom voldoende. Later kan de boomspiegel beter vergroot worden naar 80 x 80 cm.
Laagstam-fruitbomen die volledig in het gras staan groeien minder goed en geven sommige jaren geen vruchten doordat ze meer schade van lentenachtvorst hebben.

Fruitbomen vastmaken aan een steunpaal geeft de beste hergroei. Het bindmateriaal mag later niet insnoeren, dus hou hiermee rekening.
Voor een goede hergroei moeten fruitbomen losjes vastgemaakt worden aan een boompaal of aan lei-draden.
Controleer de geënte fruitbomen op hun plantdiepte en afstand van de paal. De entplaats moet minstens 10 cm boven de grond staan (Laagstam). Een kleine correctie is eventueel nu nog mogelijk.
De bomen mogen NIET schuren tegen de boompaal of tegen de lei-draden. Schuurwonden kunnen bij appelbomen kankeraantasting veroorzaken! De bomen moeten ca 10 cm (voetbreedte) van de boompaal geplant worden.
In Vlaanderen komen de bomen bij voorkeur aan de oostzijde van de paal. Door de overheersende westenwind waaien ze dan weg van de paal.
Breng een bescherming aan tegen vraatschade van konijnen en vee.
Controleer of de etiketten niet kunnen insnoeren. Eventueel de etiketten verwijderen en een plantschema maken van de bomen.
Meer lezen over nazorgen bij het planten.

Moeilijke woorden? Meer lezen over tuintaal, vaktaal.
Bij een late aanplanting in het voorjaar kan het gewenst zijn wekelijks water te geven.
Jonge fruitbomen worden best in maart-april gesnoeid. Laat bij pas geplante fruitbomen niet te veel zijtakken en bloemknoppen staan, want dit is nadelig voor een goede hergroei. Soms wordt er aangeraden alle bloemen te verwijderen.
Lees meer over het snoeitijdstip en de snoei van fruit in de snoeikalender.