Teelt, snoei en verzorging van fruitbomen, druiven, kleinfruit, noten en bijzondere fruitsoorten. Bijzondere tomaten. Volgtip: www.fruitabc.be

donderdag 21 januari 2010

Bekalk zure tuingrond in januari of februari.


Een juiste zuurtegraad (pH) van de grond is nodig voor een goede groei. De zuurheidsgraad van de meeste gronden verlaagt jaarlijks. Een tweejaarlijkse bekalking is daarom aangewezen.
Op gronden met een te lage pH kan een tekort aan voedingsstoffen ontstaan. De ideale pH is afhankelijk van de grondsoort en van de plantensoort. Laat daarom in een tuincentrum een bodemanalyse doen, zodat u de exacte hoeveelheid te geven kalk kan bepalen.
Het vroege voorjaar (januari, februari en maart) zijn meest geschikt om kalkmeststoffen uit te strooien. De meeste Vaccinium-soorten (blauwe bes, bosbes, rode vosbes) zijn echter kalkhatend en mogen geen kalkbemesting krijgen.
Meer lezen over de aanbevolen zuurtegraad en het bekalken van tuingrond.

woensdag 20 januari 2010

Fruitgewassen indeling.


De meest gebruikte indeling van de (inheemse)fruitgewassen gaat als volgt:
- Pitvruchten of pitfruit: appel, peer, kwee en mispel.
- Steenvruchten of steenfruit (Prunus-soorten): pruim, kwets, kers, mirabel (kroosjes), perzik en abrikoos
- Besvruchten: rode bes, witte bes, zwarte bes, blauwe bes, bosbes, kruisbes en druif.
- Nootvruchten: walnoot, hazelnoot en amandelnoot
- Schijnvruchten of verzamelvruchten: framboos, braam, taybes, Japanse wijnbes, moerbei en aardbei

Dikwijls spreekt men ook van houtig kleinfruit: trosbessen (witte, rode, zwarte), kruisbessen, blauwe bes, framboos, braam.

Soms gebruikt men een botanische indeling van de fruitgewassen. Volgt men deze botanische indeling dan horen de meeste fruitgewassen tot de familie van de Rozen (Rosaceae): pitvruchten (Malus, Pyrus Cydonia, Mespilus); steenvruchten (geslacht Prunus); schijnvruchten (geslacht Rubus en Fragaria).
De andere fruitgewassen horen tot verschillende andere plantenfamilies:
- Betulaceae - berkenfamilie: Corylus - hazelaar
- Fagaceae - napjesdragers: Castanea - tamme kastanje
- Juglandaceae - walnootfamilie: Juglans - okkernoot, walnoot
- Grossulariaceae - Bessenfamilie: Ribes - aalbes, kruisbes
- Vitaceae - wijnstokfamilie/ druivenfamilie: Vitis - druif
- Moraceae - Moerbeifamilie: Ficus (vijg) en Morus (moerbei)

Lees meer over verwantschap van fruitsoorten en plantenfamilie i.v.m. het enten.
Lees meer over de taxonomische indeling van de fruitsoorten in het plantenrijk.
Lees meer over de oorsprong en betekenis/verklaring van Latijnse plantennamen "ABC van het plantenlatijn. Betekenis van botanische namen".

dinsdag 19 januari 2010

Intensief perenbomen planten.


Perenbomen worden meestal op een ruime afstand van elkaar geplant. Sommige perenrassen kunnen ook op een korte plantafstand (50 cm) van elkaar geplant worden.
Aanbevolen perenrassen zijn o.a. 'Belle de Jumet', 'Bonne Louise d'Avranches', 'Conference', Concorde en Comtesse de Paris
Sterkgroeiende en laatproductieve perenrassen zijn hier af te raden.
Zorg voor een stevige ondersteuning of raamwerk zodat de zwaarbeladen fruitbomen niet omver vallen. Ook sommige productieve appelrassen kunnen op dezelfde korte afstand van elkaar geplant worden. De snoei van intensieve plantsystemen vraagt minder werk en de pluk wordt gemakkelijker. Plant indien mogelijk verschillende fruitrassen en fruitsoorten door elkaar, zodat schimmels en plagen minder kunnen uitbreiden. Een goed "raamwerk" (= steunpalen en horizontale draden) is ook bruikbaar voor andere fruitsoorten zoals appelbomen, kersen op zwakke onderstammen, tafeldruiven en pruimen.
Meer lezen over dicht bij elkaar planten van perenbomen.
Kruisbestuiving is bij de meeste perenrassen belangrijk, om een goede productie te bekomen.
Meer lezen over de bestuiving van perenbomen.
Oudere perenbomen kunnen nu nog gesnoeid worden. Laat snoeien is meer groeiremmend dan vroeg snoeien. Lichte nachtvorst is geen probleem om te snoeien.
Jonge perenbomen (minder dan 4 jaar oud) kan u beter in maart snoeien.
Meer lezen over perenrassen, bestuiving, planten en snoei.

maandag 18 januari 2010

Peren en appels bewaren.



Geplukte winterappels en winterperen optimaal bewaren zodat u er maanden kan van genieten!
Waar en hoe kan u best pitvruchten zoals winterappels en winterperen bewaren? Sommige appel- en perenrassen bewaren beter dan andere. Een goede bewaarplaats heeft een hoge luchtvochtigheid, is donker en heeft een temperatuur van 2 tot 4°C.
Een locatie op het noorden met bescherming tegen regen, vorst, vogels en knaagdieren is gunstig. Kleine hoeveelheden kunnen in een koelkast worden bewaard. Voor appels is de ideale bewaartemperatuur 4-5°C en voor peren is dit 0-1°C.
Een goed onderkomen is een donkere, niet te droge kelder die gelucht kan worden via een raam aan de noordkant. Een gelijkmatige temperatuur van 2 - 4°C is meestal goed.
Hou de luchtvochtigheid tamelijk hoog door de vloer af en toe nat te maken. Bij een te droge lucht gaan de vruchten rimpelen. Om dit rimpelen te vertragen kunt u plastiekfolie of papier op de vruchten leggen.
Neem tijdens de bewaring regelmatig rijpe en rotte vruchten weg. Controleer de vruchten wekelijks op bederf. De meest voorkomende problemen zijn bruinrot, kurkstip en vraatschade van knaagdieren en vogels.
Goed bewaarbare peren zijn o.a. 'Saint Rémy', 'Comtesse de Paris' en 'Jeanne d'Arc'.
Meer lezen over het optimaal bewaren van appels en peren (winterappels en winterperen).

zondag 17 januari 2010

Druiven snoeien bij droog weer!


Overzicht van de enkele Guyot-snoei van druiven in openlucht. De rode stippellijn is het snoeien in januari. De blauwe pijl is het uitbuigen van de een geselecteerde dikke eenjarige twijg.
Tekening nr 3 = wintersnoei (in januari) na het eerste groeijaar. Tekening 09 en 010 = uitbuigen en snoei na het tweede groeijaar (in januari). Tekening 18, 19 en 20 = wintersnoei (in januari) na het derde groeijaar.



Openluchtdruiven kunnen gesnoeid worden in de maanden januari en februari. Vroeg snoeien geeft de beste hergroei, terwijl er bij te laat snoeien kans is op bloeden (Overtollig sapverlies)
Snoei niet snoeien tijdens strenge vorst overdag en probeer te snoeien tijdens goed opdrogend weer. De snoeiwonden genezen dan beter.
Bij druiven zal men nooit vlak na een oog insnoeien. Dit geeft kans op uitdrogen van dat oog. Men blijft steeds 1,5 tot 2 cm van een oog. De eerste jaren kort terugsnoeien. Later op 2 (3) ogen (terug-)snoeien. (1 twijg per draagspoor).
De meeste druiven rassen kunnen op ongeveer 3 ogen ingeknipt worden. Per draagspoor slechts één vruchttwijg behouden! (De stevigste en laagst staande twijg).
Kasdruiven of serredruiven moeten soms op 4 ogen/ knoppen geknipt worden.
Sommige nieuwe, ziektetolerante druivenrassen kunnen beter op 6 - 8 ogen/ knoppen gesnoeid worden (Enkel Guyot- of dubbel Guyot-systeem). Meer lezen over de snoeimethode Enkele Guyot bij druiven.
Meer lezen over het snoeien en verzorgen van druiven.
Alle artikels over het planten en snoeien van druiven lezen.
Zeer uitvoerige informatie over de rassenkeuze, teelt en snoei van druiven kan u vinden in de "Groente & Fruit Encyclopedie". De druivensnoei wordt er overzichtelijk uitgelegd aan de hand van tekeningen en foto's en Meer lezen over de Groente & Fruit Encyclopedie (Auteurs: Luc Dedeene & Guy De Kinder, Kosmos Uitgevers)

zaterdag 16 januari 2010

Perenbomen planten.


De entplaats moet boven de grond blijven na het planten. De eerste zijtakken komen op 0,5 meter boven de grond. De boom is ca 1,5 meter hoog en er zijn meerdere zijtakken tussen 0,5 en 1,5 meter hoogte.


Steilgroeiende rugtwijgen wegsnoeien. Sommige takken worden uitgebogen door middel van gewichtjes of touw.

De meeste perenrassen hebben kruisbestuiving van een ander gelijkbloeiend perenras nodig. Niet alle perenrassen bloeien tegelijk en hebben even goed stuifmeel.
'Conference' geeft ook zonder bestuiving vruchten.
Een goede bestuiving geeft grotere en meer vruchten. Een ideale perenbestuiver moet op jonge leeftijd bloemen geven en in de omgeving geplant zijn. Laat productieve perenrassen zijn o.a. 'Beurré Hardy' en 'Doyenné du Comice'. Vroeg productieve en dus goede perenbestuivers zijn o.a. 'Concorde', 'Conference', 'Comtesse de Paris' en 'Durondeau'. Voor meer info zie bestuivingstabel.
Meer lezen over de bestuiving van perenbomen.
Er zijn zomer-, herfst- en winterperenrassen. Volgens hun gebruik heeft men smaakvolle eetperen en stoof- of keukenperen. Door meerdere perenrassen bij elkaar te planten is er een goede kruisbestuiving, betere vruchtzetting en krijgt men meer en grotere vruchten. Pyrus communis 'Verdi', een bewaarpeer heeft als merknaam SWEET BLUSH.
Plant niet teveel bomen van hetzelfde ras, want perenbomen kunnen veel vruchten produceren. Vooral zomer- en herfstperen mag u niet teveel aanplanten, want ze zijn niet of nauwelijks bewaarbaar!
Laat, onregelmatig productief en moeilijk te snoeien zijn 'Beurré Hardy' en 'Doyenné du Comice'. Als bestuiver zijn deze twee rassen dan ook niet aan te raden.
Meer lezen over perenrassen voor laag-, half- en hoogstam.
Jonge en oudere perenbomen kunnen nu nog gesnoeid worden. Laat snoeien is meer groeiremmend dan vroeg snoeien.
Meer lezen over perenrassen, bestuiving, planten en snoei.

vrijdag 15 januari 2010

Eenvoudig appelboom snoeien.


Door jaarlijks uw appel- en perenbomen te snoeien hebt u jaarlijks vruchten van een goede kwaliteit. De gezondheid van de boom en vruchten is beter en de levensduur wordt langer. Om fruitbomen juist te snoeien is het belangrijk van de meeste onderdelen te kunnen benoemen. Uitleg over het snoeien is gemakkelijker te begrijpen en toe te passen. Snoei steeds weg: wildopslag van de onderstam, te laag staande takken, buikhout, verticaal groeiend rughout en concurrenten. De stam en harttak moeten meestal enkelvoudig omhoog groeien. Te ver groeiend vruchthout aan de gesteltakken of vruchttakken wordt meestal ingekort tot op korte takjes. Bladknoppen zijn spits en smal. Bloemknoppen zijn dik (rond) en komen vooral aan kort vruchthout (Takjes van 1 tot 20 cm lang).
Meer lezen over de eenvoudige snoei van appelbomen.
Snoeihout van goede, ziektetolerante rassen is geschikt om bij te houden voor enthout of griffelhout. Verzamel stevige eenjarige twijgen van ca 60 cm lang en voorzien van bladknoppen. Meer lezen over het verzamelen en bewaren van enthout om onderstammen te enten.