Teelt, snoei en verzorging van fruitbomen, druiven, kleinfruit, noten en bijzondere fruitsoorten. Bijzondere tomaten. Volgtip: www.fruitabc.be

zondag 20 februari 2011

Groente en fruit encyclopedie, een moestuinboek voor dagelijks gebruik!


Een nieuw teeltseizoen is nu gestart. De eerste groenten worden gezaaid of geplant. Fruitstruiken en fruitbomen worden geplant en gesnoeid.
Op zoek naar een degelijk en praktisch moestuinboek voor succesvolle oogsten van groenten, kruiden en fruit?
De "Groente & Fruit Encyclopedie" van L. Dedeene en G. De Kinder (Kosmos Uitgevers) is heel geschikt voor een succesvolle moestuin.
Deze unieke tuin-encyclopedie is uitgegroeid tot een standaardwerk voor de eetbare groente- en fruittuin.
Met zeer uitgebreide teelthandleidingen van alle bekende en bijzondere groente- en fruitsoorten, voor succesvolle en smakelijke opbrengsten uit kleine en grote tuinen. Dit boek telt 408 pagina's en is rijkelijk geïllustreerd. De derde uitgave is verschenen in januari 2009.
Praktische informatie over de basisprincipes van het telen in de volle grond, in de kas/serre en in potten.
Van elke groente- en fruitsoort is de teelt stap na stap uitvoerig beschreven: van zaaien of planten via de verzorgingsaspecten (bemesting, gewasbescherming, snoei e.d.) tot aan de oogst.
Vele honderden kleurenfoto's en tekeningen van alle gewassen, de gereedschappen, de hulpmaterialen en de werkzaamheden om tal van zaken in één oogopslag helder te maken.
Milieuvriendelijke benadering door het creëren en onderhouden van gezonde groeicondities en door selectie van ziektetolerante gewassen.
Rassenoverzichten en bestuivingslijsten helpen de juiste keuze te maken uit het zeer omvangrijke assortiment - een rijkdom en variatie die veel groter is dan groente- en fruitzaken en supermarkten doen vermoeden. Ook in dit boek: adressen van gespecialiseerde leveranciers van groentezaden en van fruitgewassen, plus vermeldingen van nuttige websites.
Nieuw toegevoegd in de laatste uitgave (januari 2009):
- Een "Teeltplanner", waarin u een duidelijk overzicht krijgt van wat u kunt zaaien, planten en oogsten per maand.
- Een overzichtelijke tabel met ideale plantafstanden voor fruit en de moeilijkheidsgraad
- Een extra hoofdstuk over de kiwibes/kiwiberry (Actinidia arguta).
Meer lezen over de Groente & Fruit Encyclopedie van L. Dedeene & G. De Kinder (Kosmos Uitgevers)
De auteurs Luc Dedeene ( @GroentenInfo ) en Guy De Kinder ( @gdekinder ) zijn ook via twitter en facebook bereikbaar voor vragen en suggesties.
Twee keer per maand fruitnieuwtjes ivm praktische werkzaamheden ontvangen? Schrijf je hier in voor de Fruit-ABC nieuwsbrief.

Bestuiving bij appelbomen is belangrijk als je veel wil kunnen plukken!


Aantrekkelijkee witroze appelbloem.

Maak een jonge boom vast aan een steunstok.


Appelbloemen in rode knopstadium.


Malus domestica 'Niedwetzkyana' - Volle bloei.

Appelbomen hebben kruisbestuiving nodig als je (veel) vruchten wil!
Men moet minstens twee (verschillende) appelrassen planten en beide rassen moeten een goede stuifmeelkwaliteit hebben.
Ingeval er een ras slecht stuifmeel heeft, dan moet men een 3de ras (met goed stuifstuifmeel) bij planten.
Een goede bestuiver moet veel stuifmeel leveren (jaarlijks) en moet gelijktijdig met het andere ras bloeien.
Vroegbloeiende rassen kunnen geen laatbloeiende rassen bestuiven. Het omgekeerde is ook niet mogelijk.
Warm en droog weer zijn ideaal voor een goede bestuiving.
Laat bloeiende rassen zijn meestal minder onderhevig aan lentenachtvorst. Laatbloeiende appelrassen zijn o.a. 'Court-Pendu' en 'Sterappel'.
Meer lezen over de bestuiving bij appelbomen.
Oudere appelbomen die nog niet gesnoeid werden kunnen nog steeds gesnoeid worden. Jonge appelboompjes kunnen best in maart gesnoeid worden.
Meer lezen over de verschillende aanbevolen appelrassen en de snoei van appelbomen.
De belangrijkste schimmelziekten die op appelbomen kunnen voorkomen zijn o.a. schurft, meeldauw, bladvalziekte en vruchtboomkanker.
Kies ziektetolerante appelrassen uit zodat uw boompjes zonder bespuitingen kunnen groeien!
Twee keer per maand fruitnieuwtjes ivm praktische werkzaamheden ontvangen? Schrijf je hier in voor de Fruit-ABC nieuwsbrief.

zaterdag 19 februari 2011

Bestuiving bij kersen is belangrijk!




Kruisbestuiving is belangrijk bij zoete kersen als je wil plukken!
Planttips voor het planten van zoete kersenbomen (Prunus avium). Plant geen kersenbomen op natte of laaggelegen grond. Door de vroege bloei is schade door lentenachtvorst mogelijk.
Kersenbomen geven geen vruchten door een slechte bestuiving, een slechte standplaats of door een te sterke groei.
Kersenbomen op zwakgroeiende onderstammen (Gisella 5, Gisella 3) zijn ook geschikt voor nauwe beplantingen en fruithagen.
Kersen worden rijp geplukt en moeten tijdig beschermd worden tegen vogelvraat. De meeste oude kersenrassen barsten gemakkelijk.
De meeste kersenrassen hebben kruisbestuiving nodig. Neem als bestuiver een ander ras dat in dezelfde periode bloeit. Soms wordt er aangeraden twee bestuivers te planten. Plant dan drie verschillende kersenrassen.
Toch zijn er ook enkele zelfbestuivende zoete kersenrassen: 'Grace Star', 'Lapins', 'Skeena', 'Sumtare' (= SWEETHEART). 'Bigarreau Van' (= 'Van') is deels zelfbestuivend.
Het kersenras 'Kordia' is NIET zelfbestuivend en heeft dus een ander (gelijkbloeiend) kersenras nodig als bestuiver!
Meer lezen over het planten van kersenbomen en kersenbestuiving.
Meer lezen over zwakgroeiende kersenonderstammen en laagblijvende zoete kersenbomen (Soorten onderstammen).
Ondanks de aanwezigheid van andere kersenrassen, kan de vruchtzetting soms slecht verlopen. De vruchten blijven dan klein, worden vroegtijdig rood en vallen dan af.
Oorzaken van een slechte vruchtzetting:
- geen gelijkbloeiend (passend) ander kersenras in de nabije omgeving.
- geen of onvoldoende bijen en hommels aanwezig.
- ongunstig weer tijdens de bloei: nachtvorst, regen, te droge lucht, ...

Twee keer per maand fruitnieuwtjes ivm praktische werkzaamheden ontvangen? Schrijf je hier in voor de Fruit-ABC nieuwsbrief.

vrijdag 18 februari 2011

Perenbomen kort bij elkaar planten geeft minder snoeiwerk. (Super Spindel Systeem)


Pyrus communis 'Légipont' een productieve herfstpeer.


Perenbomen en appelbomen op een kleinere plantafstand vragen minder snoeiwerk!

Perenbomen worden meestal op een ruime afstand van elkaar geplant. Sommige perenrassen kunnen ook op een korte plantafstand (50 cm) van elkaar geplant worden.
Zorg voor een goede ondersteuning zodat de zwaarbeladen fruitbomen niet omver vallen. Ook sommige productieve appelrassen kunnen op dezelfde korte afstand van
elkaar geplant worden.

De snoei van intensieve plantsystemen vraagt minder werk en de pluk wordt gemakkelijker.
Plant indien mogelijk verschillende fruitrassen en fruitsoorten door elkaar, zodat schimmels en plagen minder kunnen uitbreiden.
Een goed "raamwerk" (= steunpalen en horizontale draden) is ook bruikbaar voor andere fruitsoorten zoals appelbomen, kersen op zwakke onderstammen, tafeldruiven
en pruimen.
Wacht met planten tot de grond goed ontdooid is. In te natte grond kan je beter ook niet planten. Vroeg planten geeft een veel betere hergroei dan bij het planten in
het late voorjaar. Fruitbomen die laat geplant worden moeten goed verzorgd worden vvoor een optimale groei.
Meer lezen over het planten van fruitbomen op een korte afstand.

Niet alle perenrassen zijn bruikbaar om kort bij elkaar te planten. Sterkgroeiende en laat vruchtbare rassen zijn minder geschikt.
De groeisterkte is ook afhankelijk van de gebruikte onderstam.
Peeronderstammen geschikt van sterk naar zwak: peerzaailing (Pyrus communis), 'Kwee A', 'Kwee Adams', 'Kwee Eline', 'Kwee C'. De onderstam 'Kwee C' geeft dus de zwakste groei aan de perenboom, maar is wel vorstgevoelig. De onderstam 'Kwee Eline' is NIET vorstgevoelig.
Perenzaailingen als onderstam zijn NIET geschikt voor laagstam (en voor nauwe beplantingen), maar wel zeer goed voor halfstam- en hoogstambomen.
Meer lezen over rassenkeuze, bestuiving, snoeien en verzorging van perenbomen.
Twee keer per maand fruitnieuwtjes ivm praktische werkzaamheden ontvangen? Schrijf je hier in voor de Fruit-ABC nieuwsbrief.

donderdag 17 februari 2011

Kweeperen bloeien mooi en passen in de fruit- en siertuin!


Opvallende witte bloemen in mei (juni).

Uitgebloemde bloem en jonge behaarde vrucht.

Een tienjarige boom of struik kan veel vruchten produceren!


Kweeperen groeien goed op droge en op vochtige gronden.
Bloei: witte bloemen in mei (begin juni).
De kwee (Cydonia oblonga) is meestal zelfbestuivend, maar kruisbestuiving geeft soms een hogere productie. Sommige rassen zijn (erg) vatbaar voor echte meeldauw, schurft en bladvalziekte.
Standplaats: zonnige standplaats ofwel halfschaduw. Voorkeur voor lichtvochtige en lichtzure (neutrale) grond. Groeien goed op zandgrond, leemgrond en kleigrond.
Vruchten: opvallende vruchten in september (oktober). Zeer geschikt voor verwerking tot jam, confituur en gelei.
Boomkenmerken: Gezonde boom met een groeihoogte van ongeveer 3 tot 5 meter. Geschikt voor struiken, leivormen, laagstam en halfstam.
Onderstam: Sommige kwee-onderstammen zijn vorstgevoelig. Onderstam 'Kwee Eline' is meer vorstbestendig en groeit iets sterker dan 'Kwee C'-onderstam.

Bloemen en vruchten: In de jeugd kweevruchten op lang vruchthout; op latere leeftijd op kort vruchthout.
Zelfbestuivende rassen: Bereczki, Bourgeault, Champion, Leskovacka, Leskovacs, Portugal, Radonia, Rea's Mammoth, Ronda, Serbian, Smyrna, (Vranja), Wudonia
Zeer vatbaar voor schurft en echte meeldauw (witziekte): Champion, Leskovacs, (Vranja), ...
Weinig (of gemiddeld) vatbaar voor ziekten: Portugal, Rea's Mammoth, Ronda, ...
Sommige rassen zijn gevoelig voor de wintervorst, waarbij takken kunnen bevriezen.
Plantafstand: 4 (5) x 2 (3.5) m. Kweeperen verdragen geen onderbegroeiing. (Paal aan de NW-zijde)
Snoeitijd: februari-maart ofwel bij het begin van de bloei. Snoeien is ook mogelijk in de maanden november-december (na de bladval).
Snoeitips: Weinig snoeien, enkel uitdunningssnoei. Snoeien als spil (2 m afst.) of als struik. Gesteltakken (3-4) staan ongeveer horizontaal.
Meer lezen over het planten en snoeien van kweeperen (Cydonia oblonga).
Twee keer per maand fruitnieuwtjes ivm praktische werkzaamheden ontvangen? Schrijf je hier in voor de Fruit-ABC nieuwsbrief.

Amandelbomen bloeien zeer mooi en passen in de fruit- en siertuin!



Het is een zeer opvallende en mooie winter- of voorjaarsbloeier voor begin maart. Bij een lange winter kan de bloei ook later gebeuren.

De amandel Prunus dulcis 'Robijn' is een gezond groeiende amandelboom, die weinig vatbaar is voor de krulziekte.
Bloei: roze bloemen in maart. Meestal zelfbestuivend. Amandelbomen kunnen ook perzikbomen bestuiven.
Standplaats: zonnige, tamelijk droge, doorlatende en beschutte standplaats. Voorkeur voor neutrale tot licht alkalische grond.
Vruchten: lekkere en voedzame amandelnoten in september
Boomkenmerken: Gezonde boom met een groeihoogte van ongeveer 3 m. Geschikt voor laagstam en halfstam. Weinig vatbaar voor de krulziekte. Bladeren, bloemen en takken gelijken op deze van een perzikboom.

Eet twee of drie amandelnoten per dag als preventie tegen sommige soorten van kanker en om een mooie, soepele huid te behouden.

Bij het planten in februari wordt soms aangeraden de lange twijgen op 1/3 snoeien. Hierdoor zou de hergroei beter verlopen.
Meer lezen over het planten en snoeien van amandelbomen (Prunus dulcis).
Twee keer per maand fruitnieuwtjes ivm praktische werkzaamheden ontvangen? Schrijf je hier in voor de Fruit-ABC nieuwsbrief.

woensdag 16 februari 2011

Solitairbijen of metselbijen in uw eigen tuin.



Gebruik een stevige, oude plank van een harde en onbehandelde houtsoort met een doorsnede van ca 3mm, 4mm, 5 mm en 10mm. Ook een boomstam van onbehandeld hout is te gebruiken.
Harde houtsoorten zijn o.a. eik, beuk, valse acacia, appel, peren en kersen.
De aanbevolen boordiepte is 5 cm (of dieper), maar de gaten moeten aan één zijde gesloten blijven. Boor de gaten schuin omhoog, zodat er geen water in de gaten kan lopen.
Hang die plank bij voorkeur aan een zonnige, warme muur die naar het zuiden (of oosten) gericht is, zodat er weinig of geen water op die plank valt.
Hang de plank of stam met boorgaten 0,5 tot 1 (2) m boven de grond.
Solitaire bijen of metselbijen zijn heel nuttig voor de bestuiving en ze zijn ongevaarlijk voor mens en dier.
Deze metselbijen gebruiken de boorgaten om broedkamertjes in te maken. In elk gangetje komt er één ei en wat stuifmeel. Tussen elke broedkamer maken ze een tussenschot. Het uiteinde van de gang wordt ook mooi afgesloten.
Sommige bijensoorten gebruiken graag stengels die ze zelf kunnen uitknagen: stengels van vlier, frambozen, pluimhortensia en roomse kervel.
U kan deze insectenhotels ook kant en klaar aankopen, maar door ze zelf te maken heb je er meer plezier van.
Er zijn in de handel ook "kant-en-klare dakpannen" met boorgaatjes welke je kan plaatsen als nestplaats voor solitairbijen.
Zorg meteen voor wat aantrekkelijke bloeiende planten, zodat de solitairbijen kunnen voedsel verzamelen.
Drachtplanten of voedselplanten voor solitaire bijen zijn o.a. aardbei, amandel, abrikoos, appel, blauwe bes, braam, bieslook, dovenetel, frambozen, kiwi, kiwibes, perzik, pruim, trosbes, zwarte bes, ...
Lees meer over kruisbestuiving voor een goede fruitproductie.
Twee keer per maand fruitnieuwtjes ivm praktische werkzaamheden ontvangen? Schrijf je hier in voor de Fruit-ABC nieuwsbrief.